Verhalen

 

Gezellig Kwartetten.

Papa Kees is vandaag vrij en dat betekend dat hij alle tijd heeft om met Nientje een spelletje kwartet te spelen, ook al heeft hij er helemaal geen zin in. Nientje Zit al op hem te wachten, maar papa laat zich niet zien. Hij wil nog een poosje Doorslapen maar daar heeft Nientje geen zin in. Wat heeft ze nou aan een papa die alleen maar wil slapen? Nientje is boos op papa. Het is gemeen dat papa Geen tijd voor haar heeft, ze moet iets bedenken om papa wakker te maken. Ze kijkt rond in de kamer of ze iets ziet waarmee ze Pappie kan wakker maken. Ze Ziet heel veel. Poppen, haar verkleedkist. En dan weet Nientje hoe ze papa kan wakker maken, papa is namelijk gek op verkleden. Hij verkleed zich graag als Hij aan het koken is, laatst nog toen hij Pannenkoeken aan het bakken was. Toen heeft hij de kleren van een piraat aangetrokken. Nientje heeft zich krom Gelachen toen papa Piratenliedjes aan het zingen was. Nientje duikt in haar verkleedkist en haalt er een rood manteltje en een kapje uit. Als ze dat aantrekt Dan is ze Roodkapje en brengt ze koekjes naar haar papa, en dan moet papa haar opeten. Natuurlijk niet echt maar net alsof. Papa kan ook heel leuk sprookjes Vertellen, daar wordt hij wakker van, en gaat hij met Nientje gezellig kwartetten. Op de keukentafel staat de koekjestrommel, Nientje klimt op een Keukenstoel en schuift de koekjestrommel naar zich toe. Er zitten nog 5 koekjes in. Dat moet genoeg zijn om papa wakker te maken. Ze stopt de koekjes in haar Rieten mandje die ze altijd meeneemt als ze Boodschappen gaan doen. Ze gaat met haar mandje naar boven naar papa’s slaapkamer. Ze doet de deur open en Ziet dat papa nog steeds in bed ligt. ,,Flauwerd. Zegt Nientje zacht. ,,wacht maar pappie tot Roodkapje voor je gaat zingen dan moet je wel wakker worden. Met Haar mandje aan haar arm stapt ze de slaapkamer in. ,,zeg roodkapje waar ga je hene zo alleen, zo alleen, zeg Roodkapje…. En dan stopt Nientje met zingen, want papa Kees begint nu ook te zingen. ,,zeg lief Nientje naar beneden wees nou stil, wees nou stil, zeg lief Nientje naar beneden papa slaapt doei. Papa maakt een zwaaibeweging naar Nientje die op haar beurt heel erg boos wordt. Haar plannetje is mislukt. Boos gaat ze naar beneden. Ze moet weer iets nieuws bedenken om met papa te kunnen spelen. Ze wil gewoon Kwartetten maar hoe Maak je nou een slapende papa wakker. Dan ziet ze de telefoon. Ze weet dat papa altijd een mobiel heeft. Een mobiel is een telefoontje. En als Nientje zich Niet heeft vergist heeft zo iets op het nachtkastje gezien. Ze bladert in een boekje met telefoonnummers. Kijk daar heeft ze Kees Lindeman. Zo heet papa Eigelijk. Er staat ook in welke straat hij woont. Het kwetterpleintje 8. dat is toevallig daar woont zij ook. Dus een nieuw plannetje om papa wakker te Maken. Ze zal iets moeten bedenken om papa uit bed te krijgen. Ja Nientje weet het. Ze pakt de telefoon en toetst het nummer van papa’s mobiel in, ze houdt het Aan haar oor. ,,Met Kees Lindeman. Hoort ze haar papa’s stem. ,,Dag meneer. Zegt Nientje met een deftig stemmetje. ..ik ben de koningin, ik ben heel boos op u omdat uw dochtertje met u wil kwartetten ik wil dat u nu uit je bedje komt. Het is een hele tijd stil maar dan zegt papa uit de telefoon. ,,mag ik u iets vragen Koningin? Koningin Nientje is even stil, zou papa haar weer doorhebben? Daarnet toen ze Roodkapje was wist papa ook dat zij het was. ,,Ja. Zegt Koningin Nientje deftig. ,,bent u soms de koningin van Nientjesland? Nientje is even stil, wat moet ze nu zeggen? ,,Ja. Zegt Nientje zachtjes. ,,dat is een eer, helaas kan ik niet beneden komen, want ik lig nog te slapen. Zegt papa. ,,dag Nientje. Verbouwereerd blijft Nientje met de telefoon in haar handen staan. Hoe kan papa nou weten dat zij het was die heeft gebeld? Nientje kijkt om zich heen Of papa misschien al benden is. Ze gaat naar de keuken maar daar is papa niet. In de tuin? Ze loopt naar het raam en kijkt de tuin in. Ook geen papa? Nientje zoekt overal. Onder de tafel? Nee onder de bank? Ook niet. Nientje zoekt zich suf. En als ze moe is geworden van al dat zoeken gaat ze tegen de kast zitten, ze kijkt om zich heen maar nergens ziet ze papa. Ze begint te huilen. Al haar plannetjes zijn mislukt. Eerst was ze roodkapje, toen heeft ze papa gebeld op zijn Mobiel en nu heeft ze geen plannetjes meer om papa wakker te krijgen. Ze trekt haar benen op slaat haar armen erom heen en legt haar hoofd op haar armen en dan huilt ze weer. Maar ze heeft niet in de gaten dat er iemand in de kast zit. En ze heeft ook niet de gaten dat ze zachtjes wegschuift. Er stapt iemand uit de kast. En die iemand gaat stilletjes naast haar zitten. ,,zullen we een potje Kwartetten. Fluistert papa in Nientjes oor. (papa is namelijk uit bed gekomen om te kijken wie er bij de telefoon stond, en toen hij Nientje zag is hij voor de grap in de kast gaan zitten om Nientje te begluren) want hij wist zeker dat Nientje meer plannetjes had om hem wakker te maken om te spelen. Nientje veegt haar tranen weg, en wat ze zag kon ze niet geloven. Daar zat papa. Zomaar naast haar. ,,ik heb overal gezocht. Snikt ze terwijl de nieuwe tranen die in ogen komen wegveegt. ,,behalve in de kast. Lacht papa Kees. ,,Kwartetten hare Majesteit? En dan moet Nientje toch lachen of ze nou wil of niet.

 

Het Hondje.

Henk-Jan heeft een hondje gekregen een mooi lief klein wit Hondje met Stippeltjes. Henk-Jan heeft dat Hondje van zijn Opa gekregen en daar is hij wat blij mee. Maar het is geen echt Hondje want dat willen papa en mama niet. Het is een speelgoedhondje. Henk-Jan heeft hem al een naam gegeven Stippeltje. En hij neemt Stippeltje overal mee naar toe. Naar de speeltuin, Naar Oom Rob, naar het Geitenweitje en naar Buurvrouw Ans. ,,je kunt hem zelfs uitlaten als een echt hondje. Heeft ze een keer op een middag gezegd toen Henk-Jan bij haar een Boterham zat te eten. ,,ja dat is lekker leuk. Roept Henk-Jan enthousiast. ,,kan ik mijn vriendjes laten zien dat ik toch een huisdier heb. Buurvrouw Ans begon te lachen. ,,Wat ben Jij een Grapjas, ik bedoel niet over straat maar in huis. Henk-Jan kijkt de Buurvrouw verbaasd aan. ,,maar dat mag toch niet? Straks laat Stippeltje een Poepje in huis of een plasje. Buurvrouw Ans Schudt lachend haar hoofd. ,,Mallerd, heb jij je hondje wel eens goed bekeken? Ze pakt Stippeltje van de keukentafel en gaat ermee naar de woonkamer. ,,kom eens Bij me rare kwast. Roept ze naar de keuken. Nieuwsgierig als hij is Glijdt Henk-Jan van de keukenstoel en loopt naar de buurvrouw die op haar Knieën in de woonkamer zit. ,,kijk eens Goed mannetje. En ze laat Henk-Jan zijn hondje zien. Er zit een Riempje aan, en als je een klein rukje neemt aan de riem gaat Stippeltje uit zich zelf lopen en als je het riempje loslaat Stopt hij met lopen. Henk-Jan kijkt verwondert naar zijn hondje. ,,Dat heeft Opa vast nog niet gezien. Gaat de buurvrouw verder. Henk-Jan probeert heel voorzichtig het hondje te laten Lopen door een rukje te geven aan de riem. Dat lukt. Dan laat hij het riempje los en het hondje stopt met lopen dat lukt ook. ,,ik heb een ideetje. Zegt Buurvrouw Ans opeens. ,,zal ik opa bellen? Dan laten we hem schrikken, en we doen net of jouw Hondje een waakhond is. ,,Ja. Zegt Henk-Jan Glunderend. ,,mag ik ook Blaffen? De buurvrouw knikt. ,,jij mag blaffen maar niet bijten denk erom. Henk-Jan beloofd de buurvrouw om niet te bijten. Buurvrouw Ans gaat naar de keuken en pakt de keukentelefoon van de aanrecht en toetst de telefoonnummer van Opa in. ,,zo je opa komt, ben benieuwd of hij gaat schrikken. Zegt Buurvrouw Ans als ze weer in de woonkamer is. Het duurt niet lang want opa woont 3 huizen verder dan Buurvrouw Ans, want ze wonen in dezelfde straat en komen Regelmatig bij elkaar Op de koffie. De achterdeur gaat open en daar komt Opa binnen. Nauwelijks heeft hij een voet in de woonkamer gezet of hij hoort een vreselijk geblaf. Henk-Jan heeft zich achter een Gordijn verstopt en blaft wat hij blaffen kan. Opa schrikt zich een hoedje en vlucht de kamer uit en schiet de achterdeur uit. Even later staat hij weer in de woonkamer van Buurvrouw Ans. Hij heeft een doos met perenijsjes bij zich. ,,Buurvrouw wilt u een perenijsje? Vraagt opa beleefd. De buurvrouw knikt. ,,Graag. Zegt ze. ,,en wilt u ook een perenijsje buurman. ,,ja natuurlijk. Zegt opa. ,,hoeveel ijsjes heeft u eigelijk? Vraagt de buurvrouw weer. ,,3. zegt opa. ,,zullen we het laatste ijsje aan Stippeltje geven? Vraagt Buurvrouw Ans. ,,nee natuurlijk niet, hondjes lusten toch helemaal geen Perenijs? Zegt opa.. ,,jawel. Klinkt er een stem achter het Gordijn. En daar verschijnt Henk-Jan met een lachend gezicht. ,,dit hondje lust wel 10 Perenijsjes. ,,Laten we maar op 1 ijsje houden Grapjas. Lacht opa. en hij aait Henk-Jan over zijn haar. ,,anders kun je straks niet meer blaffen.

 

Het weggelopen clowntje

Het weggelopen clowntje (verhaal voor de poppenkast)

Er was eens een clowntje en het was een ondeugend clowntje dat
niet meer in het circus wilde werken. Het enige wat hij wou was
een ander baantje zoeken. Het liefste in een snoepjeswinkel, want daar was 
hij dol op. Dan kon hij als de baas niet keek stiekem een snoepje pakken om 
het op te eten. Dus hij ging naar de stad om daar een winkel op te zoeken waar hij mocht werken. Hij kon terecht in het snoepwinkeltje van Jan Klaassen en Katrijn. Hun zoontje heette Jantje en die was nog te klein om in de winkel te helpen.

Zijn eerste taak was het schoonwegen van het stoepje, maar daar had het clowntje geen zin in. Hij wilde liever een snoepje. Maar de snoepjes waren alleen voor de klanten. Verlangend en met water in de mond keek hij naar al die lekkere snoepjes, en ineens ging alles heel snel. Met een graai greep hij in de snoepjespot en viste er de lekkerste snoepjes uit, de minder lekkere snoepjes liet hij erin zitten,
Och! stoute clown, je moet wel centjes betalen om snoepjes te kopen. Die 
ochtend kwam Jan Klaassen de winkel binnen. En wat denk je? Was hij boos? welnee hoor, hij pakte  zelf een Lolly en begon eraan te likken, daarna nam hij een schuimpje en stak het in zijn mond. Nu waren er 2 ondeugende poppen: het clowntje en Jan Klaassen.
Wat was Katrijn boos toen ze zag dat haar man zomaar  snoepjes had gepakt en ze joeg hem samen met het clowntje de winkel uit. Ze kwamen nooit meer terug. Jan moest werken als schoorsteenveger en het clowntje moest terug naar het circus. En morgen gaat hij opnieuw proberen een baan te zoeken, misschien wel bij de bakker, een heerlijke taart eten, maar dan wel stiekem.